Free Web space and hosting from freehomepage.com
Search the Web


De eerste 'raspoetin' site

Home Page | About Page | Photo Page | Contact Page | Guest Book Page

het boek raspoetin van guy Een beetje uitleg over mezelf
Ik ben dus jean-michel verbeeck en ben 14jaar , woon in mol in de provincie antwerpen (belgie) , mijn hobby's zijn gitaar spelen en met bonsai's bezig zijn , Ik heb deze site gemaakt omdat ik heel erg geinterreseerd was in dit boek van guy Didelez : 'raspoetin'Op deze site vindt je info over het boek,foto's, uitleg over de schrijver ook een samenvatting over zijn boeken.Ik hoop dat jullie er van gaan genieten.

Meer info over guy zelf of zijn boeken,click here.
Als er iets mis is of er klopt iets niet aan deze site kun je me altijd een seintje laten weten op alienantfarm_dude@hotmail.com

Meer over guy didelez
Vanaf dat hij bij ons in school komen praten is ben ik zijn boeken beginnen lezen , en vooral 'raspoetin' en 'raspoetin duikt terug op '
heel toffe boeken dit boek heeft zelf een prijs gewonnen:‘Raspoetin’ behaalde de ‘Trofee van de Grote Jury’ voor het beste Vlaamse misdaadverhaal in 1988 verschenen. Er is ook een vervolg op gekomen maar dat zal ik verder wel uitleggen nu ga ik spreken over de genie achter de boeke namelijk guy Didelez : ik ken de man dus niet persoonlijk heb namelijk het meeste van zijn site gehaald : zo luidde guy : Omdat lezers van nature uit meestal nieuwsgierig zijn, besloot ik om hier een beetje over mezelf te vertellen. Ik werd in 1952 geboren in Merksem, een randgemeente van Antwerpen, waar ik nu trouwens nog altijd woon (amper 100 meter van mijn geboortehuis). Ik was de jongste van drie kinderen en na mijn twee zussen was mijn vader best tevreden dat de naam Didelez, die je maar zelden hoort, door de geboorte van dat mannelijke nazaat(d)je nog niet dadelijk met uitsterven bedreigd was.

Ik liep school in een volksschooltje in de buurt. In het eerste leerjaar twijfelde ik wat ik precies zou worden: brandweerman of schrijver. Maar toen ik in het tweede leerjaar merkte dat mijn klasgenoten allemaal een flink pakje groter waren dan ik, was mijn keuze vrij vlug gemaakt. Tussen die bonken van brandweermannen zou ik in het niets verzinken; ik zou het dus maar bij schrijver houden.

Daarom begon ik in het tweede leerjaar aan een boek dat evenwel nooit afgeraakte. Zo’n patat van 100 bladzijden schrijven, bleek heel wat moeilijker dan de opstelletjes die ik voor de leraar verzon. In het vijfde leerjaar waagde ik een nieuwe poging en ik strandde toen na zo’n bladzijde of veertig. Nog niet zo fameus dus, maar het werd ondertussen wel hoe langer hoe duidelijker dat het schrijven me in het bloed zat en dat ik niet zou rusten vooraleer ik mijn doel bereikt had.

Toen ik zo’n jaar of veertien vijftien was, merkte ik plots hoe mooi de meisjes waren en begon met het schrijven van liefdesgedichten die ik meestal niet aan de aanbedenen durfde te laten lezen. Gelukkig maar, want de jammerklachten die ik toen uitkweelde, waren echt niet te harden.

Omdat ik later toch ook een inkomen moest hebben (ik schreef wel dapper voort, maar ik had nog altijd niets gepubliceerd) besloot ik voor leraar Nederlands te studeren. Dat leek me zo slecht nog niet. Ik werkte graag met jonge mensen samen en als leraar zou ik daarenboven voldoende tijd overhouden om te schrijven. In die periode leerde ik ook Mieke kennen, waarmee ik ondertussen al meer dan 20 jaar getrouwd ben.

Toen ik na mijn studies een jaartje naar Duitsland moest om daar mijn legerdienst te vervullen, verveelde ik me steendood achter mijn bureautje. Ik besloot om opnieuw met een boek te beginnen en slaagde er voor het eerst in een volledig verhaal te beëindigen. Ik stuurde het manuscript naar een paar uitgeverijen die het weigerden. Dat werkte zo ontgoochelend dat ik besloot met schrijven te stoppen. Ik was toen immers ook pas getrouwd, had heel wat werk met mijn job in het onderwijs, en mijn drie zonen (Bram, en de tweeling Peter en Bart) kwamen er al snel aan, zodat er voor schrijven toch niet veel tijd overbleef.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Een paar jaar later kreeg ik het opnieuw te pakken. Op een dag las ik mijn zonen kinderversjes voor en bekroop mij de zin er zelf opnieuw aan te beginnen. Ik was van plan me dit keer niet zo vlug te laten ontmoedigen. Ik schreef een bundeltje kinderversjes bij elkaar, fotokopieerde dit op tien exemplaren en stuurde het naar evenveel uitgeverijen. Telkens er een manuscript terugkwam, zou ik gewoon een nieuwe uitgeverij aanschrijven.

Het enige resultaat was dat de tien gefotokopieerde exemplaren na verloop van tijd allemaal her of der verloren waren gegaan, zodat ik verplicht was een nieuwe reeks te laten ‘fabriceren’. Maar die nieuwe lading bracht me ook al geen geluk. Als ik al een antwoord kreeg, was dat steevast een weigering. Het werd me dus al snel duidelijk dat een boek uitgeven in Vlaanderen helemaal zo eenvoudig niet was…

Omdat ik het schrijven hoe dan ook niet kon laten, was ik intussen met een bundel verhalen voor volwassenen van start gegaan. ‘Moordende Verhalen’ heette die om de eenvoudige reden dat elk verhaal op een moord eindigde. En kijk… Die bundel werd wel aanvaard. Uitgeverij Heideland-Orbis bracht hem op de markt. De persreacties waren best behoorlijk, de bundel behaalde een vierde druk en ik dacht dat ik als schrijver eindelijk gestart was.

Niets was minder waar: Uitgeverij Heideland-Orbis werd immers opgedoekt en ik stond als schrijver op straat. Mijn nieuwe roman ‘Zuster Virginia’ stuurde ik naar zowat alle bestaande uitgeverijen. Net als bij mijn kindergedichten reageerden heel wat onder hen positief, maar toch weigerden ze stuk voor stuk het manuscript uit te geven. Het ging van kwaad naar erger en ik begon in alle eerlijkheid te denken dat het onmogelijk was in Vlaanderen een boek uit te geven.

Op de duur zat alles me zo hoog dat ik besloot een ‘Zwartboek Uitgeverijen’ te schrijven. Geen gefantaseerd verhaal, maar het ware relaas (dat ik met brieven en documenten zou bewijzen) van mijn ‘kalvarietocht langs de uitgeverijen’. Ik wilde het boek in eigen beheer uitgeven. Het kon me niet schelen dat het me geld zou kosten ; ik wilde alleen maar dat iedereen wist hoe klungelachtig het er op vele uitgeverijen aan toeging.

Het verhaal over een auteur die een ‘Zwartboek’ schreef, deed al vlug de ronde en op een dag stond er een uitgever voor mijn deur die me tot mijn stomme verbazing vertelde dat hij voor zo’n boek wèl interesse had. Hij veronderstelde dat het boek heel wat stof zou doen opwaaien en dat het vooral gelezen zou worden door beginnende auteurs. Wellicht zouden die allemaal hun manuscripten naar zijn nieuwe uitgeverij (Nioba) beginnen opsturen, zodat hij als uitgever een goeie start kon nemen…

Korte tijd later kwam het Zwartboek Uitgeverijen op de markt. Het liet inderdaad heel wat stof opwaaien en tot op de dag van vandaag vind ik de kern van mijn aanklacht terecht. Gelukkig is er intussen voor jonge auteurs veel veranderd. Dat blijkt overduidelijk uit het feit dat er in 1985 (het jaar dat het zwartboek werd uitgegeven) slechts een handvol auteurs waren die voor het eerst een boek konden publiceren, het jaar nadien waren dat er 37…

Na het ‘Zwartboek Uitgeverijen’ publiceerde ik bij Nioba nog drie boeken: de roman Zuster Virginia, de verhalenbundel Veronica en het toneelstuk Geelzucht.. Toen echter bleek dat de uitgeverij enerzijds wel mijn boeken wilde publiceren, maar anderzijds haar contract niet nakwam en me voor die publicaties niet betaalde, stond ik opnieuw met mijn rug tegen de muur. Wat moest ik nu beginnen? Bij Nioba wilde ik op die manier niet blijven en bij een andere uitgeverij kon ik op dat ogenblik niet meer komen aankloppen. De meeste uitgevers voelden zich na het Zwartboek immers op de zere tenen getrapt en waren niet geneigd nog werk van mij uit te geven.

Op aanraden van vriend en collega-schrijver Patrick Bernauw maakte ik toen een ommezwaai. Ik begon meer toneel, hoorspelen voor de radio en jeugdboeken te schrijven. Alles begon nu plots wel te lopen. Zo vond ik voor mijn eerste jeugdboek dadelijk een uitgever en toen Raspoetin in 1988 gepubliceerd werd, behaalde het boek niet alleen de Prijs voor het Beste Vlaamse Misdaadverhaal, maar werd het ook een echte bestseller. Meteen was de hele situatie veranderd. Uitgevers hadden nu wel interesse voor mijn boeken en ook op toneelgebied kwam alles in een stroomversnelling. Zo berekende het Koninklijk Nationaal Toneelverbond in haar tijdschrift Rekwisiet van september-oktober 2000 dat de stukken die ik in samenwerking met Paul Coppens schreef in het amateurtheater veruit het meest gespeeld werden (periode 1995 - 2000), méér dan welke andere binnen- of buitenlandse auteur dan ook. Ook op scenariogebied was de lawine aan het rollen. Ik bleef niet alleen voor de radio (o.a. Koekoeksnest) schrijven, maar kreeg ook de kans om voor televisie te werken. (Samson, Made in Vlaanderen, Meester, Wat nu Weer!?, Hotel Hotel, Wittekerke, Alle Maten, Boerenkrijg en nu ook een nieuwe reeks waarover ik vooralsnog liefst niet te veel vertel.)

Door dat scenariowerk en door de vele lezingen stelde zich de vraag of ik dit alles wel zou kunnen blijven combineren met mijn job als leraar. In 1990 besloot ik om halftijds te gaan werken en in september 1995 gooide ik mijn boekentasje definitief over de haag. Ik kan niet zeggen dat ik er spijt van heb. Schrijven is nu eenmaal mijn roeping en levenslot en dank zij mijn lezingen kan ik me geregeld nog eens uitleven voor een groep jongeren, wat ik heel graag doe. Daarnaast verzorg ik aan de Antwerpse Schrijversacademie ook een cursus scenarioschrijven en (sinds 2000) een cursus jeugdliteratuur en zit ik in de redactie van het e-zine voor de jeugd 'De Bevriesde Boom', waar geïnteresseerde schijvers in de dop altijd hun pennenvruchten naartoe kunnen sturen.

Door dat vele scenariowerk liet mijn volgende jeugdboek wat op zich wachten. Pas in 1992 werd Stemmen van de Overkant gepubliceerd, een geheimzinnige thriller over invloeden die geluiden op de hersenen uitoefenen. Lezers van het eerste secundair houden vaak meer van Raspoetin, terwijl lezers van het tweede jaar of ouder eerder ‘Stemmen van de Overkant‘ lijken te verkiezen.

Dat zelfde jaar verscheen ook De Schat van Orval, een boek dat in opdracht van Top Magazine geschreven werd en aanvankelijk in tijdschriftvorm werd uitgegeven. Pas in 1996 gaf Uitgeverij De Standaard het in boekvorm uit. Omdat het een spannend en avontuurlijk doe-boek moest worden, waarin de lezer zelf zijn weg moest zoeken en waarin de hoofdstukken niet noodzakelijk in hun wiskundige volgorde gelezen dienden te worden, had ik eigenlijk wel wat schrik met die opdracht te beginnen. Daarom vroeg ik er Patrick Bernauw bij. Die samenwerking viel zo goed mee dat we ook andere boeken samen zijn gaan schrijven.

Een jaartje later verscheen bij uitgeverij Abimo ‘Moordbrigade’, een echt speurdersverhaal voor +-10. Het werd samen met ‘Woordbrigade’, dat door Frank Pollet geschreven werd, uitgegeven in een heus dubbelboek. Het is een boek met twee covers. Als je het andere verhaal wil lezen, moet je het boek gewoon omdraaien en op z’n kop houden.

Ook in 1993 verscheen bij uitgeverij Manteau ‘Het Orakel Ontgraven’, een boek voor volwassenen geschreven in samenwerking met Patrick Bernauw. Daarin wordt het ware verhaal verteld van Leonie Van den Dijck, een eenvoudige volksvrouw die in 1933 Mariaverschijningen kreeg en nadien voorspellingen begon te doen. Zo voorspelde ze o.a. dat haar lichaam na haar dood intact zou blijven. Toen men haar 23 jaar later in gezelschap van een cameraploeg opgroef, bleek dat nog te kloppen ook. Reden genoeg om dus ook haar andere voorspellingen eens onder de loep te nemen…

Eén van die voorspellingen had te maken met Koning Albert I. Volgens Leonie Van den Dijck was hij niet gewoon van een rots gevallen, maar was er sprake van moord. We vonden de hele zaak zo intrigerend dat we verder op onderzoek trokken en er nadien een jeugdboek over schreven met de titel ‘De Moord op Albert I’. Wie van spannende spionageverhalen houdt, komt hiermee zeker aan z’n trekken.

In 1994 schreef ik een vervolg op ‘Moordbrigade’. Dezelfde jongeren kwamen in ‘Tijdsgedichten’ opnieuw in een hallucinant verhaal terecht. Wanneer één van hen de anderen toekomstvoorspellende kaarten toestuurt, begint heel hun leven ingrijpend te veranderen. Uitgeverij Abimo gaf dit superspannend verhaal opnieuw in een dubbelboek uit, dit keer samen met ‘Tijdsgewrichten’ van Patrick Bernauw.

Die zelfde uitgeverij publiceerde dat jaar trouwens nog een tweede boek. ‘De Kapitein’, een lang gedicht over een oude kapitein die maar geen afscheid kan nemen van zijn schip, geschreven in samenwerking met Frank Pollet

In 1994 kwam er trouwens nog meer poëzie op de planken! Uitgeverij Davidsfonds/Infodok publiceerde immers het bundeltje ‘Ik heb ook geen pretentie’. Vooral het gelijknamige poëzie-theater dat in vele scholen werd opgevoerd, kende een overdonderend succes.

1995 was op boekengebied een rustig jaar, maar in 1996 publiceerde Davidsfonds/Infodok ‘In het Teken van de Ram’, waarmee Patrick Bernauw en ikzelf de Knokke-Heist Prijs voor het Beste Jeugdboek behaalden. Dit adolescentenboek handelt over de fascinerende illusionist Erik Jan Hanussen die volgens sommige historici Hitler zou opgeleid hebben tot redenaar. Onder de titel ‘Brennende Sterne’ werd het boek ook in het Duits vertaald, waar het in maart 1997 bekroond werd tot beste jeugdboek van de maand.

Een jaar later verscheen ‘Het Pest Actie Plan’, een aangrijpend boek voor +9 over pesten en gepest worden. Ook dit boek werd in het Duits vertaald. In 1998 verscheen het bij Rex Verlag, onder de titel ‘Asselschlamassel’.

In 1998 meende ik dat het Zwartboek lang genoeg vergeten was om opnieuw met een fictieboek voor volwassen te komen aankloppen. Het werd ‘Parabels van Goed en Kwaad’, dat door Uitgeverij Davidsfonds/Clauwaert werd uitgegeven. Aangrijpende verhalen over oorlog en vrede, liefde en haat, goed en kwaad.

Meteen had ik de smaak zo goed te pakken dat ik nog datzelfde jaar bij dezelfde uitgeverij een novelle voor volwassenen publiceerde onder de titel ‘De Man in de Spiegel’. Een bloedstollend verhaal. Spanning met Hitchcock-allures op een paar vierkante meter.

Maar ondanks die boeken voor volwassenen wilde ik mijn jeugdboeken toch ook niet verwaarlozen. Daarom verscheen bij uitgeverij Davidsfonds/Infodok ‘Groetjes uit Andromeda’, een zomers vakantieverhaal voor +10 met een buitenaards tintje. Het boek werd uitgegeven in samenwerking met de KBC-bank en verscheen gelijktijdig ook in het Frans en het Duits.

En voor de iets ouderen verscheen bij uitgeverij Abimo in datzelfde jaar ‘Raspoetin duikt weer op’, de langverwachte opvolger van Raspoetin, die minstens even spannend is.

In het najaar 1999 verscheen dan - in samenwerking met Patrick Bernauw 'De Keizerin van Mexico', een romantisch avonturenverhaal voor +14. Uitgeverij Abimo zorgt dit jaar voor een heruitgave van De Schat van Orval.

In mei 2000 verschijnt 'Het februaricomplot' een spannende thriller voor de jeugd, die gedeeltelijk gebaseerd is op 'De Moord op Albert I', maar die veel meer is dan een gewone herdruk. Patrick Bernauw en ik versmolten in dit nieuwe boek immers ook een aantal gegevens uit het leven van Leonie Van den Dijck, de zieneres van Onkerzele, wat resulteerde in een nog spannender en sterker gedocumenteerd boek. Rond die zelfde periode verschijnt in de reeks 'Historische Verhalen' bij de Sikkel ook 'De Ondergrondse Stad', geschreven in samenwerking met Frank Pollet.

In oktober 2000 verschijnt bij uitgeverij Abimo 'Het Infernaat', zowat het grootste project waar Patrick Bernauw en ik ooit aan gewerkt hebben. Naast het boek zelf verschijnt er immers ook een dubbel-cd met liedjes en een heuse toneelbrochure, zodat het meteen mogelijk is het geheel als een spetterend schoolfeest in je eigen school te brengen. Daarnaast bestaat er ook nog een musicalversie van het boek waarin twee ontsnapte exemplaren uit het Infernaat aan het publiek hun verhaal brengen. Extra leuk is daarenboven het feit dat mijn zoon Bram niet alleen de tekeningen voor het boek heeft gemaakt, maar dat ze ook in de musical- en toneelversie een belangrijke rol zullen spelen.

2001 was vooral op gebied van jeugdtoneel een belangrijk jaar. Nadat de amateurgezelschappen eerder al mijn komische stukken ontdekten, begonnen ze zich nu nu massaal op mijn jeugdstukken te storten. Zo werden er door diverse gezelschappen opvoeringen van 'Stemmen van de Overkant', De Grote Aracana' en vooral 'Raspoetin' gebracht. Daarnaast waren er dat jaar niet minder dan zes producties die langs de scholen, bibliotheken en culturele centra van het Vlaamse land toerden. Paco producties reisde na het succes uit het verleden opnieuw rond met 'Ik heb ook geen pretentie' en had ook 'Het Pest Actie Plan' op zijn programma gezet. Omwille van het grote succes (Het Pest Actie Plan nadert nu al stilaan de honderste opvoering!) zullen ze daar trouwens ook in 2002 mee doorgaan. Theatergroep Edelweiss toerde rond met de monoloog Calamity Jane, theater Antoon en Anton trok in een regie van Anton Coghen met 'De Val van Albert Eéééén' door het land, terwijl Compagnie de Ballade dan weer gekozen had voor de minimusicals 'De Keizerin van Mexico' en 'Het Infernaat'.

Maar ook op boekgebied stond er in 2001 heel wat op het programma. In april kwam bij Davidsfonds Infodok 'Naar de Bronnen van de Nijl' op de markt, een bloedstollend verslag over de grote expedities in Afrika, terwijl uitgeverij Abimo inmiddels 'De Cocon' publiceerde, een liefdesverhaal voor +14. Daarnaast verscheen bij deze uitgeverij een heruitgave met hardcover (met daarop een tekening van Bram) van 'Raspoetin duikt weer op'. Ook het Infernaat dat mede dank zij het schoolfeest tot een ware bestseller is uitgegroeid, is na enkele maanden al aan een herdruk toe.

In het voorjaar 2002 verschijnt bij uitgeverij Davidsfonds/Infodok 'Zie me graag', een heel gevoelig boekje voor +9. Die zelfde uitgeverij brengt later op het jaar de herwerkte herdruk van Stemmen van de Overkant. Uitgeverij Afijn brengt in de zomer van 2002 'De Kikkerkus' op de markt, een + 9 boek waarvan meteen ook een toneelvoorstelling bestaat. Vanaf januari 2002 plan ik met dit vertel- en meespeeltheater een toernee langs de Vlaamse scholen en bibliotheken. Bij Davidsfonds/Literair verschijnt onder de titel 'De Minister en het Maffiameisje' tegen de zomer 2002 dan weer een bloedspannende thriller voor volwassenen die ik samen met Patrick Bernauw schreef. En alsof dat nog niet genoeg is zal Uitgeverij Abimo in 2002 'De Duistere Middeleeuwen' uitgeven, een maf boek dat in de lijn ligt van 'het Infernaat' en andermaal bulkt van de fantasie. Ook dit boek kan als schoolfeest gebracht worden zodat er ook een dubbelcd en een toneelbrochure van gemaakt zal worden. En over CD's gesproken... Zopas werd ook de CD 'Zing mee met Sint en Piet' op de markt gebracht. Die is natuurlijk bedoeld voor de allerkleinsten. Ik schreef de teksten, Bram maakte de tekeningen, Fernand Bernauw schreef de muziek, Patrick regisseerde en Moniek Vermeulen schreef een handig werkboekje voor klassikaal gebruik.

Voor televisie tenslotte werd ik samen met Patrick Bernauw door de VRT aangezocht om een aantal afleveringen voor een nieuwe 'crimi-reeks voor zondagavond' te schrijven. Veel mag ik er nog niet over kwijt. Ik kan alleen zeggen dat de reeks de werktitel 'Sedes en Belli' meekreeg.

Wil je meer weten over elk boek afzonderlijk dan kun je dat opzoeken onder boeken. Als je mijn ander werk wil kennen, kun je kijken onder toneel (meer dan 30 stukken!) of onder scenario’s, terwijl je de prijzen die ik behaalde logischerwijze onder de rubriek ‘Prijzen en bekroningen’ kan vinden. Voor lezingen tenslotte kun je onder de gelijknamige rubriek terecht.

Maar misschien wil je liefst eerst nog een beetje over mezelf en mijn huisgezin weten. Ik ben in 1976 getrouwd met Mieke Huysmans. Een jaar later werd Bram geboren en nog eens twee jaar later de tweeling Peter en Bart. Met drie kinderen op 21 maanden was het voor Mieke moeilijk om nog uit huis te gaan werken. Ze bleef thuis en werd het daar zo goed gewoon dat ze nooit meer gaan werken is. Ze begon wel academie te volgen: grafiek eerst, beeldhouwen later. Af en toe exposeert ze wel eens en dan loop ik er zo fier als een pauw bij.

Ook Bram heeft het tekenen in zich. Hij is momenteel afgestudeerd in de richting reclametekenen. Peter studeerde inmiddels af als sociaal assistent en Bart heeft er inmiddels vier jaar handelswetenschappen opzitten en werkt op een revisorenbedrijf. Peter en Bart spelen allebei basketbal, iets wat ik – ondanks mijn leeftijd en mijn lengte – ook dolgraag doe.

Wil je nog iets over me weten? Of heb je een boek gelezen en wil je me vertellen hoe het bevallen is? Schrijf me dan een briefje of stuur een e-mail. Het antwoord kan even op zich laten wachten, maar vroeg of laat reageer ik wel.

Groetjes,





:

vervolg 'raspoetin' 'raspoetin duikt weer op '
ik zelf heb het boek nog niet gelezen verwacht wel dat het in de bib komt , volgens mij is het wel zeer spannend guy zelf heeft verteld dat het spannender is en dat de pop terug keert :) zeker de moeite waart om te lezen dus maar je moet natuurlijk al deel 1 snappen maar in deel 2 vindt je ook een voorwoord over het andere boek .